Homokoor Onder Anderen
Leeuwarden, Fryslân
Historie Homokoor Onder Anderen

1986-1991

Homokoor Onder Anderen werd in september 1986 geboren binnen de muren van de toenmalige sociëteit van het COC aan de Druifstreek te Leeuwarden. Vaak gebeurde het daar dat een avond spontaan in gezang eindigde. Om daar wat meer lijn en structuur in aan te brengen werd op een gegeven moment besloten een koor op te richten. Al snel werd een naam gevonden: Onder Anderen. Het jonge koor was namelijk niet van plan om zijn optredens tot de eigen kring te beperken. Het wilde ook naar buiten treden om voor een ander publiek dan de eigen parochie te zingen.

Via een briefje op het prikbord van het conservatorium werd de eerste dirigent gevonden: Jildou Talman. Een vrouw voor een mannenkoor om de boel een beetje in evenwicht te houden. Dankzij de inbreng van de dirigent steeg het niveau van het koor snel en werd het repertoire steeds ingewikkelder. Nummers uit deze beginperiode waren bijvoorbeeld "Ay Robin", "Peter", "It feintsje ut Menaam" en "Kinderloos".

Het eerste optreden was op Kerst 1986 in het COC. Een jaar later zong het homokoor al op een Aids benefiet manifestatie in de grote zaal van het Concertgebouw in Amsterdam. Vele optredens volgen op straatfestivals door het hele land variërend van homo-lesbische korenmanifestaties in Nijmegen tot het opluisteren van het eerste Wergaester Straatfestival.

Hoogtepunten uit de koorgeschiedenis zijn altijd weer de jubileumconcerten. Op 5 oktober 1991 werd het 5-jarig jubileumfeest gevierd in Zalen Schaaf te Leeuwarden met als gasten Marijke Boon, Hepie en de damesformatie HANDY met swingende afro-funk. Koorleden waren toen George van Beek, Henk de Boer, Foppe Boersma, Leo Dijkman, Mark van Gogh, Pieter van der Grift, Max de Groot, Rindert Reijenga, Aucke Spriensma, Ton Straver, Gerhard Wijngaarden, Ernest Woets, Michiel de Wolff en Johan Ziel. De dirigent was nog steeds Jildou Talman.

In de Leeuwarder Courant schreef Rudolf Nammensma een heuse recensie: "In een mengeling van oud en nieuw repertoire werden lief en leed uit de gay-scene vocaal in beeld gebracht. Onbegrepen liefdes, middernachtelijke lustverlangens, veilig gevrij en de interactie tussen homo- en heterokringen, dit alles kwam aan bod, verpakt in fleurige evergreens, melodramatische chansons of doodgewone levensliederen. Nu eens fijnzinnig verwerkt, dan weer in aaneenschakelingen van banaliteiten en zelfspot, maar steeds goed klinkend, met overtuiging en enthousiasme, zonder ook maar een spoor van enige pretentie."